Mestonderzoek

In verband met steeds meer voorkomende resistentie bij wormen tegen de bestaande wormmiddelen, raden wij bij onze kliniek aan om paarden te ontwormen op geleide van mestonderzoek. Jongere paarden zullen meer eieren uitscheiden dan oudere paarden en zodoende vaker ontwormd moeten worden. Dit heeft onder andere te maken met de weerstand van het paard zelf. Om de infectiedruk zo laag mogelijk te houden raden wij ook aan om regelmatig mest te verwijderen uit de wei, indien er ruimte voor is paarden regelmatig om te weiden en nieuwe paarden enige tijd apart te zetten.

Voor mest onderzoek kunt u een, zo vers mogelijk, monster van 1 paard of een groepsmonster inleveren (max. 10 paarden). Het beste kan dit gedaan worden voordat de paarden de wei op gaan. Als ze het hele jaar door op de wei staan is maart de beste tijd om een mest onderzoek te laten uitvoeren.. Van maart tot september kunnen er eieren in de mest gevonden worden en aan de hand van het aantal eieren, de klinische toestand en het besmettingsrisico kunnen wij een adequaat ontwormingsplan voor uw paard maken. Hierdoor voorkomen we resistentie en problemen.

Hieronder volgt enige informatie over veel voorkomende wormen bij het paard:

Cyathostominae

Kleine/Rode Bloedworm (Cyathostominae)
Eitjes van bloedwormen komen op de wei terecht via de mest van een paard. Binnen enkele dagen ontwikkelt zich een larfje, dat vervolgens uit het eitje kruipt. Deze worden weer opgenomen door de paarden via het grazen op de wei. Bij warme en vochtige omstandigheden kunnen de infectieuze larfjes wel tot 6 maanden overleven op de wei! Paarden die niet op de wei komen of alleen in een zandpaddock staan, worden minder snel besmet omdat de omstandigheden voor de larfjes daar niet optimaal zijn.

Na opname door het paard, ontwikkelt het larfje zich tot een volwassen bloedworm (in ongeveer 6 weken). De volwassen kleine bloedwormen worden gevonden in de dikke- en blinde darm van paarden van alle leeftijden, behalve bij pasgeboren veulens. Bij jonge paarden kunnen deze wormen schade aan de darmwand aanbrengen doordat ze lange tijd in de darmwand rond kunnen kruipen. De larfjes kunnen ook in die darmwand een soort ‘winterslaap’ houden en later (tot 3 jaar na opname) pas weer actief worden en massaal uit de darmwand van het paard treden, dit kan gepaard gaan met diarree en koliek.

strongylus_vulgaris

Grote bloedworm (Strongylus Vulgaris)
De levenscyclus van deze worm is buiten het paard hetzelfde als de kleine/rode bloedworm. In het paard is de cyclus echter heel anders. Grote bloedwormlarfjes werken zich door de darmwand van het paard heen via de darmslagaders naar de aorta, hier vervellen de larven en dan gaan ze weer door de darmwand terug naar het lumen van de dikke darm. Problemen ontstaan als er grote hoeveelheden larven ophopen in de overgang van darmslagaders naar aorta. De darmwand raakt ontstoken en verdikt. Hierdoor kunnen kleine stukjes ontstekingsweefsel en bloedklontjes vastlopen in kleinere delen van de bloedvoorziening van de darmwand. Hierdoor sterven stukjes darmwand af. Dit afsterven van de darmwand gaat gepaard met heftige koliek. De grote bloedworm komt in Nederland bijna niet meer voor door het gebruik van effectieve ontwormmiddelen.

 

parascaris

Spoelwormen (Parascaris Equorum)
Spoelwormeitjes zijn omgeven door 3 lagen en zijn daardoor goed beschermd en kunnen tot wel tien jaar infectieus blijven. Hierdoor is dus bijna elke weide wel besmet met spoelwormeitjes. Echter, de infectie wordt vooral overgedragen tussen veulens van verschillende jaargangen. Het spoelwormei wordt door het paard opgenomen tijdens het garzen. In de darm kruipt de larve uit het ei en gaat door de darmwand, via de bloedbaan naar de lever. Van daaruit gaat hij door naar de longen. Afhankelijk van de hoeveelheid larven in de longen, kan een longontsteking ontstaan (let op: er zijn dan nog geen eitjes in de mest te vinden, omdat er geen volwassen wormen in het veulen aanwezig zijn). De larven worden door het veulen/jaarling opgehoest en doorgeslikt. Eenmaal in de dunne darm aangekomen wordt de larve volwassen. Hier kunnen de wormen ook weer problemen veroorzaken: namelijk verstopping van de dunne darm (hierbij zijn wel grote hoeveelheden eitjes in de mest aanwezig).
Paarden kunnen een goede afweer tegen spoelwormen opbouwen, daarom zien we besmetting met de spoelworm alleen bij veulens en paarden jonger dan 2 jaar.

anaplocephala

 Lintwormen (Anaplocephala perfoliata)
De lintworm heeft een indirecte cyclus, hij heeft een tussengastheer nodig om te ontwikkelen. Hij doet dat in de grasmijt, deze neemt eitjes op uit paardenmest en deze wordt dan weer opgenomen door paarden tijdens het grazen, maar kan ook in hooi of stro voorkomen. Juist oude en vervilte weiden zijn een risicofactor, daar komen veel grasmijten op voor. In het paard duurt het 6-10 weken tot een volwassen lintworm ontstaat.Er is weinig duidelijk over het voorkomen van de lintworm bij paarden in Nederland. Daarnaast betekent het niet vinden van lintwormeitjes in de mest niet dat het paard niet besmet is. Indien platte segmenten (met blote oog zichtbaar) of eieren in de mest worden gevonden dan is besmetting bewezen.

strongylus_westeri

Veulenworm (Strongyloides Westeri)
Het veulen wordt besmet via de moedermelk. Binnen 10 dagen zijn de larven al ontwikkeld tot volwassen wormen die eitjes in de mest uitscheiden. De larfjes die uit deze eitjes komen kunnen dwars door de huid en slijmvliezen van veulens kruipen waardoor de dieren zich snel en gemakkelijk herinfecteren. Ziekte verschijnselen die gezien worden bij jonge veulens tot ongeveer 1 maand zijn diarree, sufheid, gewichtsverlies, geen melk willen drinken. Gelukkig zien we zulke infecties heel weinig. Indien u wilt weten of uw veulen besmet is, kunt u mest van veulens vanaf 10 dagen inleveren, het aantal eieren is van belang om te zien of een behandeling noodzakelijk is.

oxyuriris

Aarsmaden (Oxyuris)
Aarsmaden leven in het laatste deel van de darmen van een paard. Volwassen aarsmaden leggen hun eitjes rondom de anus van het paard. Het is te zien als een kleverig wit goedje/streepje rond de anus. De volwassenwormen kruipen terug de darmen in en de infectieuze eitjes vallen op de wei en worden weer opgenomen via het grazen van paarden op die wei.
De tijd die een eitje nodig heeft om zich, in de dikke darm, tot volwassen worm te ontwikkelen in ongeveer 4-5 maanden. De symptomen bij het paard zijn jeuk en roodheid aan de anus. Ze kunnen door het schuren zelfs wondjes rond de anus krijgen. Verder is deze worm voor het paard weinig bedreigend.

gastrophilus_intestinalis

Paardenhorzel (Gastrophilus Intestinalis)
De volwassen paardenhorzel legt haar gele eitjes op de onderbenen van het paard. Het paard likt/bijt de eitjes van de benen en in de mond komen de larven al uit de eitjes. De larven dringen eht mondslijmvlies binnen en verblijven daar enkele weken en verplaatsen zich dan naar de maagwand. Gedurende de winter blijven de larven vast gehaakt aan de maagwand van het paard. In het late voorjaar laten de larven los en verlaat het lichaam via de mest. Op de wei vervellen de larven tot de volwassen horzels. De infectie verloopt vaak symptoomloos, er kan een milde infectie van het mondslijmvlies worden gezien vlak na opname van de eitjes. Infectie is niet aan te tonen door mestonderzoek. Indien behandeling gewenst is omdat er veel eitjes aan de benen gezien zijn, is aan te raden at na de eerste nachtvorst te doen. De larven op de wei zijn dan doodgevroren en herbesmetting zal niet meer plaatsvinden.

Heeft u vragen over mestonderzoek of over het ontwormen van uw paard? Belt u dan 0228-317000 of mail naar info@dierenkliniekenkhuizen.nl


Contact

home

De Gouw 33
1602 DN Enkhuizen

phone

0228 31 7000

Openingstijden Kliniek
Ma t/m Vrij: 09:00 - 20:00
Zaterdag: 10:00 - 17:00

email